Ontwerp Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening

Afgelopen week is de conceptuele Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening gepubliceerd. Met de conceptuele Voorkeursbeslissing neemt het kabinet een richtinggevend besluit op hoofdlijnen om het luchtruim klaar te maken voor de toekomst.

De Voorkeursbeslissing bevat twaalf deelbeslissingen (we noemen er hieronder tien) op drie onderdelen.

Ten eerste bevat de Voorkeursbeslissing een aantal beslissingen voor een nieuwe hoofdstructuur van het Nederlandse luchtruim, volgens planning te realiseren in de jaren 2024-2027.

  • Het kabinet kiest ervoor om het oostelijk en zuidoostelijk deel van het Nederlandse luchtruim opnieuw in te richten, inclusief routestructuur en naderingspunten voor de diverse luchthavens. Hiermee kunnen de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Lelystad en Eindhoven duurzamer worden ontsloten met vaste naderings- en vertrekroutes waarmee continu klimmen en dalen vaker mogelijk gemaakt wordt.
  • Voor Schiphol is daarvoor een vierde naderingspunt nodig ten zuidoosten van de luchthaven. De locatie en hoogte ervan worden bezien in samenhang met de andere drie naderingspunten. Dit concept maakt continu dalen mogelijk en verkort de naderingsroutes vanuit het zuidoosten. Ook wordt hiermee luchtruim vrijgemaakt voor de afgesproken doorgroei van de luchthaven Lelystad boven 10.000 vliegbewegingen.
  • De mogelijkheid hiervoor wordt gecreëerd door de militaire oefeningen met de F-35 zoveel mogelijk te concentreren in het noordelijk deel van het Nederlandse luchtruim. Daar ligt een reeds bestaand, aaneengesloten oefengebied over zee en over land dat zal worden uitgebreid in zuidelijke richting voor de F-35 oefenbehoefte. Het bestaande militaire oefengebied boven land in het oosten van het Nederlandse luchtruim (EHTRA15/15A) wordt omgevormd tot een gebied van circa 55x55 kilometer op een nog te bepalen locatie.

Het tweede onderdeel van de Voorkeursbeslissing betreft de stapsgewijze invoering van een nieuw operationeel concept voor de luchtvaart. Door boven de 6.000 voet vaker te kiezen voor de meest directe routes naar de bestemming wordt de CO₂-uitstoot beperkt. Door standaard uit te gaan van het concept van continu klimmen en continu dalen over vaste routes wordt de CO₂-uitstoot nog verder beperkt en ook de geluidshinder.

Het derde onderdeel van de Voorkeursbeslissing heeft betrekking op de volgende fase en beschrijft welke aanpak er wordt gevolgd tijdens de planuitwerking. In deze fase komen uitgewerkte ontwerpen op tafel en ontstaat meer inzicht in de kwantitatieve en geografische effecten.

Planmatige uitwerking van een nieuwe hoofdstructuur voor het Nederlandse luchtruim die volgens planning in de jaren 2024-2027 gerealiseerd wordt op basis van de volgende onlosmakelijk met elkaar verbonden elementen:

  • Herinrichting van het oostelijk en zuidoostelijk deel van het Nederlandse luchtruim, inclusief routestructuur en naderingspunten voor de diverse luchthavens. Hiermee kunnen de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Lelystad en Eindhoven duurzamer worden ontsloten met vaste routes die continu klimmen en dalen mogelijk maken. Het bestaande zuidelijke militaire oefengebied (EHTRA12/12A) vervalt en de gebruiksfuncties ervan worden naar het noorden verplaatst. Het naderingsgebied (Nieuw-Milligen TMA-D) voor de zuidelijke militaire luchthavens Volkel, Gilze-Rijen, Eindhoven en De Peel, wordt vanaf een nader te bepalen hoogte civiel beschikbaar gesteld, afgestemd op de militaire taakuitvoering.
  • Uitbreiding van het bestaande noordelijke militaire oefengebied (EHTRA10A/10B) aan de zuidzijde met een stuk luchtruim boven het noordelijk deel van de Nieuw-Milligen TMA-B en het naderingsgebied van de luchthaven Groningen Airport Eelde. De civiele verkeersstromen die daar momenteel lopen worden hiertoe verplaatst in zuidelijke richting.
  • Het bestaande oostelijke militaire oefengebied  (EHTRA15/15A) wordt omgevormd tot een oefengebied van ongeveer 55 bij 55 kilometer op een nog te bepalen locatie.
  • Uitvoeren van een Duits-Nederlandse studie in 2021/2022 naar de civiel-militaire haalbaarheid van een grensoverschrijdend oefengebied in het noordoostelijk deel van het Nederlandse luchtruim en het noordwestelijk deel van het Duitse luchtruim.
  • Herinrichting van de naderingsgebieden voor Schiphol, Rotterdam en Lelystad, om het vliegen op vaste routes met continue klim- en daalprofielen mogelijk te maken. Het naderingsgebied Schiphol wordt voorzien van vier binnenkomende verkeersstromen met bijbehorende naderingspunten.

Stapsgewijs vernieuwen van het operationeel concept voor het luchtverkeer van, naar en boven Nederland op basis van de volgende bouwstenen:

  • Voor civiel luchtverkeer en militair transitverkeer: toepassen van zoveel en zo volledig mogelijke continue klim- en daalprofielen over vaste routes.
  • In het tussenliggende luchtruim, voor civiel luchtverkeer en militair transitverkeer uitgaan van zo kort mogelijke routes op basis van een stelsel van vaste routepunten, voorspelbaar gevlogen door gebruik te maken van moderne navigatie- en planningsmiddelen
  • In het naderingsluchtruim, voor naderend civiel luchtverkeer, zoveel mogelijk gebruikmaken van naderingsbuizen en gekromde naderingen, voorspelbaar gevlogen door het toepassen van moderne navigatie- en planningsmiddelen.
  • In het naderingsluchtruim, voor vertrekkend civiel luchtverkeer, gebruikmaken van vertrekbuizen; in het tussenliggende luchtruim voor vertrekkend luchtverkeer wordt een zo direct mogelijke route gevlogen.
  •  Het operationeel concept wordt uitgewerkt in lijn met Europese verplichtingen en afspraken (Single European Sky). 

General Aviation

De Luchtvaartnota stelt dat alle luchtsporten in Nederland mogelijk moeten blijven en dat gestreefd wordt een zoveel als mogelijk aaneengesloten lager luchtruim te creëren. De luchtruimherziening houdt rekening met activiteiten die de General Aviation ontplooit en biedt hiervoor zoveel mogelijk ruimte. In de Planuitwerkingsfase wordt duidelijk op welke locaties en onder welke condities de luchtsporten in de toekomst mogelijk zijn. De verwachting is dat de effecten van de hoofdstructuur op de General Aviation beperkt blijven omdat de wijzigingen vooral op grotere hoogte plaatsvinden. Er ligt wel een duidelijke relatie met valschermspringen en zweefvliegen. Dit komt omdat valschermspringen vanaf relatief grote hoogte (circa 4 kilometer) plaatsvindt. Bij het uitwerken van de hoofdstructuur worden de gebruiksmogelijkheden van de bestaande valschermspringgebieden betrokken. Een flexibeler gebruik van het luchtruim biedt hiervoor mogelijkheden. De mogelijkheden voor over land vliegen door zweefvliegtuigen worden zoveel mogelijk in stand gehouden. Ook wordt er gekeken naar ruimte voor toekomstige activiteiten met bijvoorbeeld onbemande systemen.

Ook maakt de luchtruimherziening het mogelijk verschillende delen van het luchtruim vaker afwisselend beschikbaar te stellen voor de verschillende luchtruimgebruikers. De inzet van nieuwe systemen leidt tot een grotere beschikbaarheid van het luchtruim voor militair verkeer, General Aviation en onbemande systemen.

Eerst commentaar AOPA

Gelet op de deelbeslissingen en de passage in de nota met betrekking tot de GA, lijkt er na een eerste vluchtige lezing geen reden tot grote zorg. We zullen de diverse documenten zorgvuldig bestuderen en dan met een uitgebreider commentaar komen. 

Er is ruimte voor inspraak. Wil je je visie ten aanzien van de ontwerp Voorkeursbeslissing met ons delen, dan stellen wij dat zeer op prijs. Schrijf ons via airspace@aopa.nl.

De volledige tekst en andere relevante documenten vind je terug via de volgende hyperlink: documenten luchtruimherziening

Nieuws & Publicaties Overzicht